Pieter is hoofd Spoedeisende Hulp in een groot ziekenhuis. Hij weet als geen ander wat het is om met stresssituaties om te gaan. ‘Voorbereiding is het allerbelangrijkste.’

Pieter is vooral mentaal krachtig met betrekking tot emotionele controle. Dat is ook een absolute voorwaarde om goed te kunnen functioneren in de hectiek van zijn vak en de voorbeeldrol die hij heeft naar zijn teams. Hij besteedt veel tijd aan het trainen van stresssituaties. Volgens hem vallen mensen dan altijd terug naar het niveau van hun training.

Als hoofd van de Spoedeisende Hulp zorg ik voor de medische en logistieke leiding van de seh in Zwolle. We behandelen ruim 30.000 patiënten in een jaar. Van baby’s tot mensen van boven de honderd. Gemiddeld rond de honderd iedere dag. Daarvan is zo’n 2 procent in acuut levensgevaar wanneer ze hier binnenkomen en 10 procent instabiel. Ik denk dat 90 procent van de mensen komt voor, wat wij ‘huis-tuin-en-keukenzorg’ noemen.

Het is een stressvol leven. Ik heb met acute stress te maken in situaties waarin een instabiele patiënt wordt binnengebracht. Dan is er de stress om onder tijdsdruk erachter te komen wat er nu precies aan de hand is. Met name bij grote trauma’s is dat heftig. De continue stress levert bij mij de grootste spanning op. Ik moet de hele dag ‘aan’ staan. Voortdurend alert zijn om zeker te weten dat je niets mist. Goed naar ieder verhaal luisteren om de juiste diagnose te kunnen stellen. Want die moet kloppen. Wanneer ik op een dag soms voor tientallen patiënten tegelijkertijd moet zorgen, heb ik in een dienst domweg geen tijd om even naar de wc te gaan. Aan het einde van zo’n dienst ben ik mentaal helemaal leeg.

Ik denk dat het voor een deel een kwestie is van karakter dat ik dit kan. Ik zie regelmatig jonge artsen bij de seh die de spoed sexy vinden klinken, maar er na een halfjaar achterkomen dat het niets voor hen is. Je moet snel kunnen schakelen en intensief kunnen nadenken. We hebben op de spoed natuurlijk korte contacten. Wanneer er niet iets aan de hand is waar iemand aan dood kan gaan, richten wij ons alweer snel op een volgende patiënt. Ik heb geleerd om na iedere patiënt de casus af te sluiten. Dan gaat het ook uit mijn hoofd en ben ik klaar voor de volgende. Dat gevoel moet ik hebben. Wanneer blijft knagen dat er iets niet helemaal klopt, geeft dat stress die ik niet wil.

Stappenplan
In mijn vak is voorbereiding het allerbelangrijkste. Ik denk vooruit, maak een planning en stel prioriteiten. Vanaf het begin van mijn dienst sta ik aan. Ik hoor wat er gebeurt op de afdelingen en voel de vibe. Soms is het druk en werkt iedereen toch heel ontspannen. In zo’n flow is de doorloop goed en is er geen stress doordat we alles onder controle hebben. Maar soms, met maar de helft van de kamers bezet door heel zieke mensen, is die stress er wel. Door de ervaring herken ik de patronen en laat ik me niet zo snel gek maken. Ik laat de stress dan los, want ik heb er niets aan. Dan ontstaat er een soort blik-op-nulgevoel en is het een kwestie van hard doorwerken om weer alles onder controle te krijgen. Dat is niet aangenaam, maar ik accepteer het. Ik kan daar even niets aan veranderen. En ik weet uit ervaring dat het na een tijd altijd weer beter wordt.

We werken steeds met een stappenplan en komen vooraf kort bij elkaar. Dan ga ik altijd uit van het worst-case scenario. Wat kan er in het slechtste geval aan de hand zijn? Daar wil ik dan een plan voor hebben. Door die spanning ben ik heel scherp en kan ik de situatie goed aansturen. Ik zorg er dan ook voor dat er iemand in het team is die de benodigde handelingen kan uitvoeren. Als er bijvoorbeeld misschien een thoraxdrain (een kunststof slangetje in de borstholte om bloed of andere vloeistof af te voeren) moet worden gezet, wijs ik ook een arts en verpleegkundige daarvoor aan. Die kunnen zich dan ook mentaal hierop voorbereiden.  Het proces moet bij ons goed verlopen. Daar hebben we vaste technieken voor. Iedereen werkt op dezelfde manier tijdens de opvang van een spoedgeval. We noemen dat de abc-approach. Je checkt Airway, Breathing, Circulation. Altijd in die volgorde.

Ook voor communicatie hebben we duidelijke procedures. Iedereen weet dat, dus daar is nooit verwarring over. Het maakt daardoor ook niet uit met welke collega’s je werkt. We evalueren iedere opvang. Wat ging er goed? Wat kan er beter? Wanneer we een heftige casus hebben gehad, nemen we ook de tijd om onze emoties te uiten. Collega’s die dat willen, kunnen gebruik maken van het bedrijfsopvangteam (bot) dat bestaat uit collega’s die extra opleidingen hebben gehad en met wie je kunt praten. Zij houden je ook in de gaten en checken of je nog wel verder kunt werken.

 

Getekend
Ik heb weleens meegemaakt dat mensen als een konijn in de lampen van de aanstormende auto kijken en niet kunnen bewegen. Ze zijn door de stress in de zwarte zone terechtgekomen en daardoor is er met hen geen enkel contact meer te maken. Dat wil je natuurlijk voorkomen en ik zou graag nog meer aan het opbouwen van mentale kracht willen doen.

Voor seh-artsen in opleiding heb ik een mentale voorbereidingstraining georganiseerd. Doelstelling is om mensen door allerlei simulatietrainingen meer inzicht te geven in hoe ze handelen onder grote druk. Mensen gaan anders denken en doen wanneer ze meer prikkels krijgen dan normaal. We hebben bij de Luchtmobiele Brigade allerlei scenario’s op hen losgelaten. Ze uit hun comfortzone gehaald en onder grote stress laten samenwerken om mensen te redden. Het was indrukwekkend om te zien hoe mensen dan terugzakken in hun standaard manier van handelen. Sommige mensen die denken goed leiding te kunnen geven, zakken dan door het ijs. Anderen van wie je het niet verwacht, staan ineens op. Dat soort trainingen geven mensen heel veel inzicht.

Ieder mens wordt getekend door wat hij meemaakt. Ook bij mij gaan sommige dingen onder mijn huid zitten. Vooral situaties waarin mensen elkaar kinderen kan soms heftig zijn. En verbrandingen kunnen me raken. Ik kreeg laatst een vrouw tegen die zichzelf in brand had gestoken. Ze werd binnengebracht met 70 procent zware brandwonden. Dan zie je de diepe ellende van zo’n vrouw. En je weet welke verschrikkingen ze nog moet meemaken in haar revalidatieproces terwijl ze eigenlijk dood wilde. Ook agressie van patiënten of familie vind ik soms lastig. Scheldpartijen, bedreigingen, messentrekken. Dat soort dingen. De meeste agressie is niet goed te praten.
Soms kan ik wel begrijpen dat mensen door een aandoening of stress zo reageren, maar ik vind dat geweld tegen hulpverleners gewoon niet kan. Maar doordat ik het kan begrijpen, lukt het me redelijk om het sneller een plaats in mijn hoofd te geven.

Aan staan
Wanneer ik na een dienst thuiskom, kan ik niet meteen slapen. Ik heb dan zolang ‘aan’ gestaan dat ik die spanning eerst kwijt moet. Ik overdenk dan de dag. Heb ik het oké gedaan? Weet ik zeker dat ik niets gemist heb? Ik ben me heel erg bewust van maalgedachten. Die herken ik. Ik zeg dan tegen mezelf: oké, ik weet dat ik aan het malen ben. Dat heeft geen zin nu. Neem afstand.

Ik kijk dan als het ware van een afstandje naar wat ik denk. Dan gebruik ik mindfulness-oefeningen om tot rust te komen en mijn werk los te laten. En kijk ik nog een tijdje zinloos YouTube met een biertje. Het helpt mij om over dingen te praten. Ook thuis. En dan hoeft iemand helemaal niets terug te zeggen. Dat ik mijn verhaal een paar keer kan vertellen, helpt al. Maar ik kan het beste met collega’s praten, want die kunnen zich voorstellen wat ik meemaak.

Ik heb geleerd om emoties bij mezelf te herkennen. Bij mij is dat altijd een bal in mijn maag en een snelkloppend hart. Zeker in acute situaties is stressherkenning belangrijk voor mijn mentale voorbereiding. Ik probeer me zo min mogelijk te laten meeslepen door angst, onzekerheid, boosheid en frustratie.

Wanneer ik dat train, gaat het steeds beter. Door mijn emoties te benoemen, kan ik er wat mee. Niet alleen tijdens de trainingen maar ook gedurende mijn dienst. Dat het soms niet lukt, is oké. Ik ben er pas drie jaar mee bezig.

Eén keer heb ik een burn-out gehad en dat wil ik niet nog eens. Die periode was een keerpunt. Ik realiseerde me dat ik niet alles kan wat ik zou willen. Een lang en moeilijk proces, en daar ben ik nog steeds niet helemaal uit. Dat ik me bewust ben geworden van wat ik nodig heb, is een belangrijke eerste stap geweest. Ik heb toen besloten niet aan mijn werk onderdoor te zullen gaan. In ons vak zijn de eerste tekenen wanneer je cynisch over de zorg wordt of nonchalanter in je manier van werken. Dan moet je je serieus afvragen of je niet moet stoppen. Ik ben toen steeds meer gaan loslaten wat ik toch niet kan veranderen in mijn werk of in de politiek. Ook mijn eigen ambities heb ik bijgesteld. Ik realiseerde me dat ik soms bezig was om te laten zien hoe belangrijk ik wel niet ben. Een clichébeeld, maar dat zie je regelmatig in ziekenhuizen bij dokters die zichzelf heel erg goed vinden.

Empatisch
Hoe anderen daar tegenaan kijken, vind ik niet meer zo relevant. De kern van wat ik wil, is een zo goed mogelijke zorg voor mijn patiënten. Ik wil empathisch kunnen zijn aan het bed. Iedere patiënt is bang, heeft pijn en is onzeker. De contacten zijn kort maar ook heel intens. Voor mij kan het de zoveelste blindedarmverdenking zijn. Voor de patiënt is dat iets wat hij maar één keer in zijn leven meemaakt. Ik wil dus dat patiënten gezien worden als mensen en niet als kamer 7. Dat geef ik ook mee aan jonge collega’s: dat is meneer Janssen en die is bang en heeft pijn. Die houding moet ik ook hebben tegenover collega’s die steeds dezelfde vragen stellen. Ook daar wil ik het geduld hebben om dingen te blijven uitleggen. Als je dat niet meer kunt, houdt het op.

Ik waardeer de steun van mijn leidinggevenden. Ze staan achter je. Ze kennen me en mijn reputatie als seh-arts. Ik ben nog nooit op het matje geroepen. Een tijd terug kreeg ik te maken met een patiënt die medicijnen had ingenomen om zelfmoord te plegen. Hij had een wilsverklaring ingevuld. Doordat hij de gordijnen had laten openstaan, had een buurman hem gevonden en de ambulance gebeld. Hij kwam dus op de seh terecht terwijl het niet zijn wens was om te blijven leven. Hoe ga je daarmee om? Heb ik het goede gedaan? De situatie zorgde voor veel beroering in het ziekenhuis. De volgende dag werd ik gebeld door de directeur om te vragen hoe het met me ging. Dat was top!

Regelmatig geef ik workshops via Gewoon-hr. Het is leuk om te zien dat mijn verhaal altijd herkenningspunten oplevert voor mensen in heel andere organisaties. Ik heb zelf een paar dagen meegewerkt in de keuken van driesterrenrestaurant De Librije om te kijken wat ik zou kunnen leren van een ander team dat onder constant hoge druk werkt. Mij viel op dat ze daar net zo’n obsessie hebben met clean desk als wij op de seh. Het belangrijkste was dat de teamleden elkaar heel direct en op de man af feedback gaven wanneer er iets niet goed genoeg ging. Toen realiseerde ik me dat ik daar in mijn rol ook op moet letten. In de zorg worden dingen soms te veel met de mantel der liefde bedekt en is de communicatie vaak wat wollig. Dat is soms goed, maar niet altijd.

Ik wil bewust leven en denken. En ook op de meest moeilijke momenten gelukkig kunnen zijn. Daarom verdiep ik me steeds meer in het boeddhisme waarin allerlei zaken samenkomen. Het uitgangspunt dat je het niet hoeft te geloven maar gewoon moet kijken wat er bij jou past, sluit goed aan bij wat ik belangrijk vind. Ik gebruik een app daarvoor die iedere dag opdrachten geeft, nu meer dan tachtig dagen achter elkaar. Ach ja, ik ben nog heel erg aan het begin.

 

Dit verhaal van Pieter Noë komt uit het boek Mentale kracht. Je kunt het gewoon trainen.

Lees meer persoonlijke verhalen over mentale kracht in het boek Mentale kracht. Je kunt het gewoon trainen. Het boek is hier te bestellen.

Specificaties

Datum

wo 10-11-2021

Categorie

Artikel

Het boek Mentale Kracht

Het boek “Mentale Kracht; je kunt het gewoon trainen” is deze maand verschenen bij Boom-uitgevers. Daar zijn we hartstikke trots op!

Je mentale kracht (en die van anderen) kun je trainen én vergroten. Colinda van Dijk, Erik Kaptein en Jochem Kamphuis werken in dit boek praktische manieren uit waarmee je direct aan de slag kunt. Ook nemen ze je mee in de recente inzichten van onderzoek naar mentale kracht in relatie tot corona en leiderschap.

Zo word je partner!

Wij kennen mogelijkheden om exclusief partner of strategisch partner te worden van het centrum voor Mentale Kracht / Center for Mental Toughness. Daarbij kunnen we je voorzien van opdrachten, begeleiding, technische middelen zoals case studies en workshops, marketing ondersteuning en leads van partijen die geïnteresseerd zijn in het thema mentale kracht.

Neem contact op met ons voor een vertrouwelijk gesprek en meer informatie over ons partnerprogramma.